Deel via
Filters
  • € 
  • € 
  •  

Auteur: Dick van de Merwe

Tentlabs DIY cd-player

Bij digitale audio is er een toverwoord: Jitter. Dit voor het blote oog onzichtbare fenomeen kan de muzikale kwaliteiten van digitale dataopslag en weergave, zoals in de cd-speler, goed om zeep helpen. In de basis is het kwestie van een juiste timing, die er voor moet zorgen dat alle bitjes precies op de juiste plaats komen. Dat dit een probleem is dat nog steeds niet onder de knie is zien we regelmatig terug op de meetbank. Zeker als het rode potlood over een ontwerp gaat wordt ‘de zaak jitter’ er meestal niet beter op. Het aanpakken van het jitterprobleem is complex. Het vereist in ieder geval een doordachte printlayout, een strakke systeemklok en schone voedingen. Precies de dingen waarmee Guido Tent, de man achter Tentlabs zich al jaren mee bezig houdt. Naast de digitale perikelen is Guido een liefhebber van de oude buizenaudiotechniek. Als hij enkele jaren terug, na een vruchtbaar technisch leven in de ontwikkeling bij Philips, Tentlabs opricht komt alles nog eens in een stroomversnelling. Al snel bestaat het leverprogramma uit de inmiddels bekende jitterarme klokken voor inbouw in bestaande cd- of dvd-spelers en verschillende types voedingmodules. Het voorlopige hoogtepunt komt aan het eind van 2006: een complete bouwkit van de Tentlabs cd-speler, waarin alle opgedane kennis en ervaringen zijn verwerkt.

Nono?
De Tentlabs speler is volgens het zogenaamde non-oversampling principe opgebouwd. Wat is eigenlijk ‘non-oversampling’?. In principe is het terug naar de jaren 80, naar de basis van de digitale techniek. De vroegste cd-speler werkten op Philips na allemaal zonder oversampling. De cd werkt met een bemonsteringfrequentie van 44,1 kHz. Dat betekent dat boven 22,05 kHz, de halve bandbreedte van die 44.1 kHz het liefst alles zo snel mogelijk de deur moet worden uitgewerkt, om een schoon storingvrij spectrum onder 20 kHz over te houden. Filter je niet sterk genoeg, dan zal de cd-speler zich matig gedragen… op de meetbank. En vooral meten was weten begin jaren 80, dus kregen de spelers een zogenaamd analoog brickwallfilter boven 20 kHz, een zeer steil laagdoorlaat filter. Dat zo’n filter erger dan de kwaal kon zijn, werd nog niet beseft. Philips deed het uit armoe geboren anders. Ze hadden in Eindhoven  geen oren naar lastig te fabriceren (individueel afregelen!) analoge filters . De 44.1 frequentie werd 4 keer overgesampeld naar 176,4 kHz met behulp van een filter dat in de digitale domein werkt. Daardoor werden de eisen aan het analoge filter een stuk eenvoudiger. Verder werd nog wat digitale ruis, dither genaamd, toegevoegd.

 
Volgende pagina