Deel via
Filters
  • Artikel
  •  
http://

Video versie (Engels)-> 

 

Toen ik me ging verdiepen in MQA, liep ik tegen een ander Meridian patent aan waarin een kopieerbeveiliging of een systeem voor gecontroleerde toegang werd beschreven. Dit systeem is als zodanig niet toegepast in MQA, Bob Stuart heeft me dit in een e-mail persoonlijk gegarandeerd. Wat hij er niet bij vertelde was dat delen van dat patent zijn gebruikt voor een andere functie: kwaliteitsgarantie. Tijdens het coderen wordt een meerlaags ‘vingerafdruk’ toegevoegd aan het bestand zodat bij weergave prima kan worden vastgesteld of het bestand nog volledig identiek is aan het bestand dat de studio verliet. Als dat het geval is, dan zal de decoder dit  aangeven en zal het bestand op de hoge sampling rate worden weergegeven. Is dit niet het geval, dan werkt de MQA decoder niet en wordt het 44,1 kHz signaal weergegeven. Consumenten hoeven dus niet meer bang te zijn voor zogenaamde hi-res bestanden die niets meer zijn dan ge-upsamplede CD-tracks. Je zou kunnen zeggen dat vergelijkbare technieken zijn gebruikt als bij kopieerbeveiliging maar in plaats van eerlijke kopers te straffen door de bestanden alleen afspeelbaar te maken op specifieke hardware, worden eerlijke kopers nu beloond met een gegarandeerde kwaliteit. Je kunt een MQA bestand natuurlijk op hoge sampling rate afspelen als je geen MQA apparatuur hebt, maar je kunt gewone 192 kHz bestanden helemaal niet afspelen op d/a-converters die geen 192 kHz ondersteunen terwijl MQA bestanden in ieder geval dan nog op 44,1 of 48 kHz kunnen worden afgespeeld. Tot nu toe weten we dus van MQA dat het een gegarandeerde hoge kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid biedt. De derde techniek maakt het nog gebruiksvriendelijker….

 

Verspilde ruimte

 

Hiervoor hebben we geconcludeerd dat 192 kHz en 24 bits nodig zijn om audio te digitaliseren op een hogere kwaliteit dan ons gehoor. Feitelijk zou een sampling rate van 141 kHz net de 7 µs geven die optimaal zou zijn maar het is doorgaans niet slim een systeem te ontwikkelen dat met de hakken over de sloot de gewenste resultaten haalt. Daar komt bij dat vandaag de dag a/d- en d/a-converters werken met een veelvoud van 44,1 en 48 kHz. Om vergelijkbare redenen gebruiken we 24 bits woordbreedte waar in feite 20 bits voldoende zou zijn. Maar digitale apparatuur verlangt dat we werken met machten van 2 met als gevolg dat de onderste 4 bits van een 24 bits woord geen informatie bevatten.

 

Stuart moet zich bewust zijn geweest van deze verspilling en ging onderzoeken welke ruimte nu precies niet gebruikt werd. Hij bracht dit in kaart in een variatie van een Shannon grafiek waarin bin niveaus tegen frequentie zijn geplot. De zwarte lijn is het ruisniveau en de rode lijn het piekniveau van een gemiddelde opname op 192 kHz. In dit geval een Ravel strijkkwartet. De codeerruimte onder de zwarte lijn en boven de rode lijn wordt niet gebruikt voor audio. Sterker nog, het wordt helemaal niet gebruikt. Hoe kun je deze ruimte effectief inzetten? Als we nog een keer kijken naar de grafiek dan zien we dat er waarschijnlijk boven 52 kHz geen muziekinformatie meer is maar slechts ruis. Het onderzoek van Stuart en Craven toonde aan dat dit overgangspunt van muziek naar ruis doorgaans onder de 48 kHz ligt met uitschieters naar 60 kHz. De muziekinformatie valt dus binnen de groene driehoek hieronder.

 

MQA muziek bevindt zich in de groene driehoek

 

Stap 1

 

Het doel was dus ongebruikte codeerruimte zinniger in te zetten. De eerste stap die ze namen was de informatie boven 48 kHz te verplaatsen naar een octaaf lager op een lager niveau. Het signaal kan nu worden opgeslagen in een bestand dat op 96 kHz is gesampled met 24 bit woordlengte waarbij de tijdsresolutie natuurlijk halveert. Oplettende lezers zullen opmerken dat de ruimte tussen 48 en 96 kHz breder is dan de ruimte tussen 24 en 48 kHz. Dat is omdat Stuart hier een lineaire schaal gebruikt. Zoals we eerder hebben gezien werkt audio logaritmisch en 48 tot 96 kHz is één octaaf, net zoals 24 tot 48 kHz. Desondanks is er wat verliesarme compressie toegepast, volgens Stuart en Craven omdat dit minder tijdsversmering geeft. Het zou dus een beter resultaat geven dan wanneer lage tijdsversmering zou worden ingeruild voor verliesvrije compressie in dit deel van het spectrum.

 

MQA Origami stap 1 

 

Stap 2

 

Er is nog steeds veel ongebruikte codeerruimte onder het ruisniveau. Dus pasten ze hetzelfde trucje nog een keer toe en verplaatsen ze de muziek tussen 24 en 48 kHz wederom een octaaf naar beneden en op een lager niveau. Nu kan de informatie worden opgeslagen in een 24 bit 48 kHz WAV bestand dat nog verliesloos verder kan worden gecomprimeerd door het in een FLAC of ALAC bestand op te slaan. De amplitude-informatie boven 48 kHz is niet zichtbaar voor normale spelers waarbij de tijdsresolutie natuurlijk wederom gehalveerd is. Het resultaat is een bestand met een bitrate van ongeveer 1,5 Mbps, slecht een fractie meer dan een WAV bestand op 44,1 kHz en 16 bits. 

 

MQA Origami stap 2

 

Maar wanneer teruggespeeld op een MQA decoder zal alle informatie teruggevouwd worden  naar het originele 192 kHz 24 bit signaal. En als je denkt dat dit erg slim is, het slimste moet nog komen.

 

Video versie (Engels)->  


Vorige pagina

Volgende pagina




http://